Terug


Historie


Het kasteel van Gemert kent een lange, roerige geschiedenis. Door de eeuwen heen heeft het diverse functies gekend. Kasteel van Gemert is een eeuwenoud kasteel, een iconisch erfgoedcomplex, gelegen op een markante plek in het centrum van Gemert. Sinds 1916 is Kasteel van Gemert eigendom van de Congregatie van de Heilige Geest. Een reis door de tijd.

De Duitse orde
Tijdens de derde kruistocht in 1189 werd de geestelijke Duitse ridderorde gesticht. De commanderij Gemert hoorde tot de Balije (provincie) Alde Biezen en groeide uit tot een belangrijke commanderij. Het kasteel Gemert is één van de dragers van de Brabantse identiteit en één van de acht Brabantse kloostercomplexen waarvan een deel nog bestaat uit duidelijk herkenbare middeleeuwse gebouwen. Na een periode van verval in de 15e eeuw kende de commanderij een nieuwe bloeiperiode van de 16e tot de 18e eeuw. De commanderij werd een belangrijk regionaal geestelijk centrum. Steeds meer edelen traden toe tot de Duitse orde en één van hen was Rutger van Gemert. Zijn familie was Heer van Gemert. De invloed van de Duitse Orde was echter zo groot, dat deze familie uiteindelijk de macht over Gemert uit handen moest geven.

De bouw van een kasteel
De Duitse Orde zat niet stil in Gemert. Er werd omstreeks 1400 begonnen aan de bouw van een kasteel, maar er kwam ook een bijbehorende parochiekerk en een Latijnse School waar priesterstudenten hun opleiding konden beginnen. Verschillende keren werd het kasteel vervolgens uitgebreid.

De oudste delen van het huidige kasteel zijn de kelders met gewelven onder het hoofdgebouw en een donjonachtig hoekpaviljoen met arkeltorentjes en naastgelegen poort op de vroegere voorburcht. Ze stammen uit de 15e eeuw. Het poortgebouw heeft een gevelsteen met jaartal 1548. Voor de oude voorburcht werd in 1606-1607 een tweede voorburcht aangelegd. Deze voorburcht bestaat uit een langgerekte vleugel met een verhoogd poortgebouw en een hoektoren. In 1740 werd het hoofdgebouw vernieuwd. Het nieuwe hoofdgebouw bestaat uit drie vleugels rond een halfopen binnenplaats.

Weeffabriek en woonhuis
Gemert verloor zijn soevereine status toen Napoleon Bonaparte in 1809 de Duitse Orde liquideerde. De bezittingen vervielen aan de Franse kroon. Er kwamen Franse troepen in het kasteel, dat danig in verval raakte. Bij het vertrek van de Fransen werd het kasteel in 1813 uiteindelijk verkocht aan een weeffabrikant, de heer Adriaan van Riemsdijk. Er kwam een weeffabriek en nog tot in de jaren zestig van de negentiende eeuw zijn er afwisselend Nederlandse en Belgische weeffabrikanten in het kasteel. Maar het bood ook huisvesting aan diverse gezinnen, waaronder dat van de burgemeester en enkele fabrikanten en hun personeel. In 1837 kwam er ook een weefschool in het kasteel, de eerste in de provincie.

Franse Jezuïeten
Zo rond 1870 werd het kasteel weer opgeknapt en uiteindelijk verkocht aan kloosterlingen, Franse Jezuïeten. Na een grote brand werd het gebouw hersteld en alweer uitgebreid. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werden de Jezuïeten opgeroepen om in dienst te gaan. Het kasteel werd vanaf nu in gebruik genomen door andere kloosterlingen, de Congregatie van de Heilige Geest – de huidige eigenaar.

De komst van de Congregatie van de Heilige Geest
In 1928 verkochten de jezuïeten het kasteel aan de paters van deze Congregatie, die er dan al veertien jaar vertoeven. Er werd een ‘theologicum en philosophicum’ voor toekomstige missionarissen gevestigd. Met de intrek van pater Hilhorst werd het kasteel het officiële domicilie van de Nederlandse Provincie van de Spiritijnen. En opnieuw kwamen er vernieuwingen; zo bouwden de Spiritijnen halverwege de jaren dertig een kapel tussen het hoofdgebouw en de donjon. Voor Gemertse burgers is het kasteel in deze jaren op aandrang van de bisschop niet toegankelijk: geestelijken dienen in alle rust op hun missietaak te worden voorbereid.

1940-1969
De Tweede Wereldoorlog kwam het kasteel niet ongeschonden door. De zuidvleugel van de jezuïetenbouw werd op 11 mei 1940 in brand geschoten. Twee jaar later herbouwden de paters met vereende krachten het gebouw. Midden jaren zestig daalde in korte tijd de belangstelling voor het priesterambt. Dat heeft tot gevolg dat in 1969 de priesteropleiding op het kasteel moet worden opgeheven. Het werd weer het bestuurscentrum van de Nederlandse Provincie der Spiritijnen en het ontmoetingscentrum voor missionarissen met verlof. Bovendien fungeerde het als opvanghuis voor bejaarde paters en broeders van de communiteit.

Nieuwe gebruikers
Met het verdwijnen van de priesterstudenten werd het kasteel meer en meer toegankelijk voor de Gemertse bevolking. Voor liturgische vieringen in de kapel, maar de poorten gingen ook open voor allerlei evenementen en verenigingen; boekenbeurzen, allerlei soorten markten en tentoonstellingen, de theaterclub, fotoreportages bij huwelijken, et cetera. In de jaren negentig van de vorige eeuw huurde de gemeente ruimte in het poortgebouw en de jezuïetenvleugel om er asielzoekers in te huisvesten. In 2010 trokken de laatste paters uit het kasteel. Sindsdien staat vrijwel het hele gebouw leeg en is de toegang tot de tuin gesloten voor bezoekers. Achter de schermen begon de zoektocht naar een nieuwe eigenaar en naar een nieuwe, duurzame bestemming.