Dr. Ir E.J. Egbert Hoogenberk
architect


Het behoeft geen betoog dat het kasteelcomplex van Gemert met zijn omringende landgoed en park van uitzonderlijke cultuur-historische en maatschappelijke betekenis is, zelfs wel internationaal gezien. Een interessante vraag is, naast de waarde van het ensemble, wat de onderdelen van het complex zijn die deze betekenis vooral bepalen, wat de intrinsieke waarde, de diep verankerde kwaliteit, van het complex vormt.

In logische volgorde – ook door de RCE gebezigd bij de beschrijving van complex beschermde buitenplaatsen en landgoederen – maar niet beslist de volgorde van belangrijkheid aangevend, zijn die onderdelen o.i.:

  • Het eigenlijke kasteelgebouw, dat ondanks vele verbouwingen, nog steeds een fierheid en monumentaliteit uitstraalt die groot respect afdwingt, en een formidabel aantal architectonische en (cultuur)schatten herbergt;
  • Het terrein en complete aanleg met deels dubbele grachten en vijvers, lanen, hekken (vooral het 18e-eeuwse hoofdtoegangshek), de ommuurde ‘kasteeltuin’, en een monumentaal bomenbestand;
  • Het donjongebouw met poort, een schitterend, mysterieus gebouw dat, ondanks zijn 15e-eeuwse aanleg gaaf tot in onze tijd is geconserveerd;
  • Het charmante poortgebouw met ophaalbrug, een gaaf specimen van uiterst fraaie, harmonische kasteel-complex-architectuur;

Dan zijn er onderdelen die positief bijdragen aan de totale waarde van het complex zonder dat zij zelf over intrinsieke waarden beschikken, soms zelfs, naast die positieve bijdrage, negatieve aspecten vertonen. Dit zijn vooral de zuidoostelijke gebouwen aan het kasteelplein, voor de kloosterfunctie einde 19e/begin 20e eeuw gebouwd, maar na een brand tijdens de oorlog gewijzigd herbouwd. De hoofdmassa van deze gebouwen, hun kappen, torens, coloriet en een deel van de gevels zijn beslist van positieve waarde, maar een deel van de zuidoost buitenhoek, de kasteelpleingevel van de oostvleugel met de niet-passende transparante galerij en de arcade van de zuidvleugel zijn van negatieve invloed. De arcade bijvoorbeeld is van een slordige uitvoering en van een dorpskneuterige vormgeving die afbreuk doen aan de grandeur van het complex.

Beslist negatieve waarde vertonen de kapel en de refter. Deze laatste verbindt op lompe en architectonisch inferieure wijze de ‘voorburcht’ met het kasteel, terwijl dit gedeelte daarvoor altijd open was; de kapel staat op een plek waar eerst – ook al ongelukkig – een soort kas stond, maar is veel hoger en massiever en vormt door zijn ten opzichte van de uiterst belangrijke toegangs-as poortgebouw–tweede poort-kasteeldeur naar voren komende positie een soort ‘stedenbouwkundig verkeersongeluk’ (zie foto). De kapel zelf doet door zijn gekunstelde drukke vormgeving en onsympathieke materialen/details in de gevels afbreuk aan de grandeur.

In het schetsplan worden de intrinsieke waarden volledig gerespecteerd of zelfs in belevingsruimte verdiept, maar worden de negatieve aspecten gecorrigeerd of geheel weggenomen. Om hierin meer specifiek te zijn het volgende:

  • Het reftergebouw – tussen kasteel en ‘voorburcht’ – wordt geheel gesloopt, er komt geen gebouw terug. De gevels van het kasteel en de ‘voorburcht’ worden, waar deze beschadigd zijn door het reftergebouw, hersteld. Een eenvoudige brug geschikt voor voetgangers en auto’s zal het kasteelplein met het Ridderplein verbinden, ten behoeve van een extra (ceremoniële) toegang, en voor auto’s van bewoners die onder het kasteelplein geparkeerd kunnen worden.
  • De kapel wordt geheel afgebroken, materialen als dakleien, dakkapellen en glas-in-loodramen kunnen worden hergebruikt in het project. Daarvoor in de plaats komt een transparante ‘wintertuin’ in klassieke stijl, maar eigentijds vervaardigd in staal en isolatieglas. Deze komt zover terug te staan vanaf het kasteelplein gezien, dat de eerdergenoemde as: poortgebouw-voordeur kasteel weer vrij is (zie perspectieftekening). De wintertuin als thema verwijst naar het gebouw dat vóór de bouw van de kapel daar gestaan heeft. De nieuwe wintertuin heeft twee vloerniveaus, één aan het plein en één aan de waterkant met houten terras, deels over de vijver.
  • Het probleem van de armoedige gevel aan het kasteelplein van de oostvleugel wordt opgelost door er een nieuwe vleugel met een mooie, passende gevel voor te bouwen (deels hergebruik materialen kapel, met name de kap). Daarmee wordt deze vleugel dieper en efficiënter; de verhouding van het kasteelplein wordt harmonischer ten opzichte van het kasteel, mede na het verschuiven van het volume ter plaatse van de kapel westwaarts (wintertuin).
  • Het probleem van de knullige arcade in de gevel aan het kasteelplein van de zuidvleugel wordt opgelost door de arcade op te heffen en de gevel vlak af te werken met ramen, zoals bij de 1e verdieping, en zoals deze vóór de brand is geweest. Door deze ingreep wordt de in potentie prachtige zaal op de begane grond hier ter plaatse ruimer, maar vooral veel lichter.
  • De gebouwen worden harmonisch passend in hun plattegronden voorzien van nieuwe bestemmingen, die eveneens logisch passen in het karakter van de verschillende gebouwtypologieën.

Het kasteel wordt geheel residentieel bestemd; de voorburcht deels voor wonen (verdiepingen), deels voor congres- en hotelfaciliteiten. Met name de grote nieuwe zalen op de begane grond zijn hiervoor perfect geschikt. De wintertuin vervult een sleutelfunctie in de verzorging van de inwendige mens, al kan een deel ook voor bijvoorbeeld bruiloften dienst doen. De donjon speelt daarin ook een rol, zij het zeer uitzonderlijke. Misschien wel het meest bijzondere bouwdeel van het gehele complex!

Zoals gezegd, onder het opnieuw monumentaal, ruim, en vlak af te werken kasteelplein komen parkeerplaatsen voor de bewoners, bergingen en ook verbindingsgangen voor de verschillende gebouwen, zoals van de ‘voorburcht’ (souterrain) naar de nieuwe wintertuin (het lage niveau). Het poortgebouw blijft geheel intact en zal een exclusief restaurant enerzijds, en zogenaamd ‘longstay’ hotelkamers ter andere zijde herbergen. Het plan is om twee bescheiden, vrijstaande vleugels toe te voegen die hier vroeger gestaan hebben.

In het park wordt een oranjerie toegevoegd, die door zijn klassieke geleding boeiend en niet massief-monoliet oogt, en die door de op de eerste verdieping deels terugspringende gevels prachtige mogelijkheden voor buitenruimtes biedt. De begane grond is te benutten voor evenementen, de verdieping voor wonen en/of werken.

De overige plannen in de buurt van het complex worden separaat behandeld.


Harmonische Architectuur
Egbert Hoogenberk